Mountainlove and the sixties

Daar stond ik, kleuter van net 5 jaar oud, halverwege de berg met mijn jaren 60 skibroekje, veterskisschoentjes en kleine skietjes aan. Om mijn enkels zat veiligheidselastiek wat mij met mijn ski’s verbond als ze uitschoten tijdens vallen. Zodat je bij je bleven, wel zo veilig. Voor anderen dan, want als je viel vlogen je ze als projectielen om je oren. In 1966.

Ik stond daar op die berg om skiën te leren in een klasje. Liften voor kinderen en beginners waren er niet, bergen werden eerst beklommen door de klas alvorens er af te skien. Mijn skiklasje bestond uit oostenrijkse kindjes en ook de skilerares was zeer lokaal. Ik begreep werkelijk niets van wat er verteld werd.. Er werd geklommen, er werd iets verteld, en vervolgens werd dat ‘iets’ om de beurt gedaan door de kinderen. Behalve door mij. Als aan de sneeuw genageld stond ik daar eenzaam op de berg roerloos te wezen. Die houding werd waarschijnlijk als onwil opgevat, pedagogiek nul. De juf had het fenomeen groepsdruk echter wel begrepen en moedigde de kudde doodleuk aan om mij naar beneden te schreeuwen. En dat klinkt niet leuk in het oostenrijkse duits. Aldus, met een gecondenseerd sneeuwbrilletje van tranen, gaf ik mij met wazig zicht over aan de zwaartekracht. Wetende dat ik ongetwijfeld iets fout had gedaan, want ik had immers geen snars begrepen…… en zo ging dat. Later, toen ik de opleiding (kinder)maatschappelijk werk volgde heb ik een bijdrage mogen leveren aan de eerste kindvriendelijke skischool in Oostenrijk. In Kitzbühel. Met glijbaan, kleurplaten, kinderwc én Nederlandse skilerares. (Heb je een trauma, doé er dan iets mee ;).

In de sixties dus geen glijbanen in de sneeuw, geen micky mouse skipoortjes, geen kindersleepliftjes, geen juffen die jouw taal spraken, niemand die vroeg of je skiën uberhaupt leuk vond, of je t koud had of dat je moest plassen. Punt voor voor de huidige tijd (1-0) waar een kinderskischool een soort sprookje is, en waar je mag zijn wie je bent.

Niettemin groeide mijn ‘skiklastraumaatje’ uit tot een ongekende passie die levenslang zou duren. In de jaren vanaf mijn kleutertijd waren wij als gezin jaarlijks wekenlang met kerst en rond pasen in de oostenrijkse bergen om te skiën. Mijn vaders passie werd de mijne, wat hebben we veel samen geskied. Ik groeide uit tot een tiener die volgens Nederlandse begrippen een heel vreemde gewoonte had, een die niet te benijden was. Mijn klasgenoten hadden zelfs medelijden met mij. Ik was de enige van mijn middelbare school die op wintersport ging. Zij hadden lekker vrij, terwijl ik ook in de vakantie nog ‘les’ had. Privéles inmiddels, die mijn vader mij alle dagen gunde en waar ik intens van genoot inmiddels, want dat Oostenrijks begreep ik wel na al die jaren. Terwijl mijn klasgenoten oliebollen aten en sjoelden of monopolie speelden ging mijn vurige wens in vervulling en mocht ik op oudejaarsnacht de beroemde fakkeltochtafdaling om middernacht meeskiën met de skileraren. Alle mensen uit dit mondaine skioord kwamen ruim op tijd naar buiten om dit spektakel vanaf een goede plek in het dal te aanschouwen. Adembenemend. ik kon na al die jaren en privelessen natuurlijk skiën als een malle en was op niveau van de skileraren.

Als je iets doet wat je zo fijn vind, zijn je andere problemen draagbaarder. In die zin was skiën voor mij een ongekende therapie. Ik heb veel verwerkt daar, al skiënd. Ik heb eenzaamheid gevoeld, liefdesverdriet, angst en onzekerheid, ijskoude woede en machteloosheid, maar steeds in combinatie met iets wat me intens gelukkig maakte. Skiën, de pleister op de wond. Door de jaren heen heb ik skiënd trouwens ook oneindig mijn zegeningen geteld. Ik leerde mijn zoontje skien, kleine skietjes tussen de mijne. Mijn dochterinzesmaandendikkebuik lekker in mijn hippe roze skipak. Op skis was mijn zesmaandenbuik veel veiliger dan lopend. Ik denk dat ik tegenwoordig niet eens meer de skilift in zou mogen met zo’n buik. Er zou eens wat gebeuren en je zou eens iemand aansprakelijk stellen. Ik denk dat je er tegenwoordig zo wie zo gek op aangekeken wordt, misschien wel op aangesproken zelfs. Zo’n buik en dan nog skiën. . . .  Toen projecteerde niet iedereen zijn eigen angst op de ander. En zijn eigen normen. Eigen verantwoordelijkheid en dus vrijheid. Dat mis ik misschien wel het meest in deze tijd. Punt voor toen: 1-1

Veel veranderd dus in bijna 50 jaar. Veel is minder leuk geworden, en ook veel juist veeeel leuker geworden. Toen: dagtochten met velgen onder de ski’s. De bergen achter de skipistes in. Om dan na een dag klimmen een afdaling te skiën langs de achterkant van de kam, 2 uur door sneeuw waar niemand nog geweest was, door valleien heen skiën, sporen van dieren doorkruisen. Offpiste XL. Tegenwoordig zijn de bergen achter de pistes gewoon ook pistes. Dat avontuur bestaat niet meer. En mocht het wel bestaan, dan zorgt de gereguleerde maatschappij er wel voor dat je daar niet heen gaat/kan. Nu kun je in sommige bergen je laten afzetten per helikopter op een top. Maar dat is het nèt niet. Elk rood bloedlichaampje wat je lijf aanmaakt moet victorie schreeuwen tijdens je barre klim van een lange dag. 1-2! Hier wint definetly de oude tijd. Top mooiste ervaringen ooit!

De stoeltjesliften waren gemaakt van oude keukenstoelen met een ketting voorlangs wat je weerhield eruit te waaien. Lang leve de supersnelle 8 persoons hydraulische veilige zoefers. Punt huidige tijd 2-2.

Het avontuur van elkaar kwijtraken en hoe je in je eentje moest zorgen dat je met daglicht weer in de bewoonde wereld van je eigen dal kwam. Je was 1 levensreddend mobiel telefoontje away, die waren alleen nog niet uitgevonden. Hier geen punten, want leven on the edge is fantastisch, maar ook zooooo eng, stressvol en levensbedreigend.

Als je vroeger ging skiën, dronk je weinig. Want dan hoefde je ook niet te plassen. (heel ongezond in hoge droge berglucht). Toen kwamen de berghutten, waar je wat lekkers kon drinken en vooral kon plassen. Het werden restaurants, er kwamen er meer, en ze werden steeds leuker. Kunstenaars maken nuwerdaags sculpturen van zeemeerminnen in ijsbarren op de piste, bekende dj’s worden aangetrokken naar de bekendste skipistes, loungebars hebben Jacuzzi’s op de piste. Laatst was ik in Andorra en luisterde ik tijdens de lunch naar een adembenemend viool strijkkwartet op een beeldschoon terras op de piste, onder het genot van de beste oesters ter wereld, ‘les huitres d Amélie’, la perfection (jum) en een glas champagne (jumjum). Punt huidige tijd 3-2.

Ik ben meer dan honderd keer op wintersport geweest. Ik ski bij lange na niet meer zo goed als vroeger, een zwarte afdaling geeft mij niet meer de kick die het vroeger gaf, eerder buikpijn ;). Maar ik heb mijn handtekeningen gezet: zowel mijn vriend als mijn dochter hebben skiën van mij geleerd en hebben mijn skistijl dus overgenomen. Een andere stijl dan tegenwoordig geleerd wordt. De klassieke sierlijke elegante oostenrijkse skilerarenstijl. 3-3 😉

MV

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *