Jezelf verhuizen

Eén van de dingen die we makkelijk denken, is dat een andere omgeving je rustiger, gezelliger, opgeruimder en blijer zal maken. Je denkt dat niet eens zo bewust, maar toch, ik weet het zeker. Maar ja, in het echt, werkt het zo niet. Ik droomde dus van een ander leven, rustiger, natuurlijker en landelijker vooral. De vrije uitloop, want waarom zouden alleen kippen daar recht op hebben.

Aldus. Ik verhuis. Van de drukte van de Randstad naar een boerderij op de Veluwe. Wat een verschil. Echt, je ademt de eeuwenoude sfeer als je er binnen stapt. Eindeloos uitzicht. En zo stil, zo oorverdovend stil. Ik weet het nog, die eerste keer rondlopen. ‘Alles zal beter gaan’, zo praat ik tegen mezelf als ik met de sleutel op zak rondloop. ‘Ik ga uitgebreid koken, lange wandelingen maken, en o! ja, ik maak ‘s middags dan om te beginnen de open haard aan. Werken zal ook beter gaan, alles wordt beter, dat zul je zien, want hier kom ik tot rust’…..

Maar deze gedachte is anders dan ik me werkelijk voel, ik had hier zo naar uitgekeken, en nu ben ik helemaal niet blij.

jezelf verhuizenIk kijk om me heen, mijn droomhuis, maar dan anders. Als er nou iets gebeurt met onze kinderen als we zo ver wonen?  Komen onze vrienden nog wel, zal mijn internetverbinding hier snel genoeg zijn, alles is hier zo traag, want ja al eeuwenlang hetzelfde? Hier verandert Jezelf verhuizendus nooit wat! Dat schiet dus allemaal door  m’n hoofd. Wie wil hier nou naar toe komen? Ik zie buiten zes kippen voorbij komen en een parmantige haan. Ik loop naar buiten, zo het bos in. Wat is dit rampzalig. Ik heb alles wat ik niet wou, meeverhuisd. Mijn onrust, mijn snelheid, mijn angst, alles. Als dat heel langzaam binnen begint te sijpelen rollen de tranen over mijn wangen. ‘Weet dat het niet aan het platteland ligt en niet aan de stad’, denk ik verdrietig op de cadans van mijn voetstappen, terwijl de honden vrolijk om mij heen dartelen. ‘Weet dat je je leven kunt blijven veranderen tot je een ons weegt, en dat  je kunt blijven verhuizen omdat je het benauwd hebt. En dat je jezelf nooit kan achterlaten in het vorige huis. . .’

Het wandelen wordt langzaam lichter, het ruikt best lekker. Als ik na een uur mijn tuin weer binnen stap hoor ik de haan kukelen, het is drie uur in de middag. Ik moet er om lachen. Ik denk bij mezelf: het helpt, je ellende voelen, je wilt niet, maar het is er toch wel, dus deal ermee. Ik ga aan de slag. En vergeet eerst de open haard aan te maken. MV