Pippikind

pippikind

Het rode pippi haar valt direct op als ze uit de trein springt. Haar ogen speuren de wachtende auto’s af tot ze me ziet. Dan kijkt ze naar beneden en trekt geroutineerd twee oordopjes aan het snoertje uit haar oren. Ze komt dichterbij maar kijkt niet meer naar de auto. Haar afstandelijke, wat vijandige blik doet weer denken aan het dappere Zweedse meisje dat zich zonder ouders moest redden. Als ze het portier opentrekt, kijkt ze me voor het eerst aan, alsof ze toevallig deze kant op kwam. ‘Halloooo’, zegt ze zo warm en liefdevol als alleen zij dat kan. Ze ploft naast me neer en vanuit haar stoel strekt ze haar armen uit. (Als kinderen hun armen uitstrekken, reageren mamma’s daar voorgeprogrammeerd op).

Van dichtbij zie ik verstopte sproetjes in haar wintergezichtje. Dan lacht ze naar me. Weg Pippi, hallo Hollywood. Haar brede lach met prachtige tanden en volle zinnelijke mond zijn van een volmaakte schoonheid. Als ik weg rij begint ze honderduit te babbelen. Ik kijk voor me op de weg en zie uit mijn ooghoeken een glimp van twee verschillend gestreepte kousen boven haar gymschoentjes. MV