Recensie Kims boek

De jongeman op de kaft die mij aankijkt, heeft een geamuseerde blik in zijn ogen. Tikkie uitdagend. Humor, Ik herken hem niet, hoewel ik hem wel eens gezien moet hebben. Hij was misschien 13, ik 20, op die leeftijd is dat verschil groot, dus niet zo gek.

……..en ik dacht, terwijl ik naar die knappe kop keek: waarom wil ik dit boek nou zo graag lezen?

Omdat iemand een boek heeft geschreven en dat ik diegene toevallig ken? Omdat ik benieuwd ben hoe iemand een boek schrijft die van beroep geen schrijver is? Over zo”n onderwerp nog wel……….
Ik bedacht me dat ik precies weet waar ik was toen ik ‘’het’’ hoorde. Dat was in Bergschenhoek. Een jonge moeder was ik, peuter op mijn arm en een kleuter aan mijn hand. Mijn vader kwam naar me toe. Aan zijn haar kon ik zien dat hij van slag was, dan woelt hij er met zijn grote handen doorheen en staat het alle kanten op. Hij zei: “De zoon van lange Willem is dood. Kim… Het sloeg in als een bom, misschien extra hard omdat ikzelf nog niet zo lang de oneindige, allesoverheersende liefde kende die je alleen voelt voor je nageslacht. Ik hoorde maar half over indrukwekkende bijeenkomsten, een eerbetoon icoonwaardig, een vader, staande in een jeep……… en ik dacht: hoe leven als je kind dood is……..

Het doel van de schrijver is duidelijk. Hij wil zijn zoon laten voortleven. Heel eerlijk gezegd ben ik daar toch minder nieuwsgierig naar. Ik vraag me af, vanuit het diepst van mijn hart, hoe….In godsnaam: HOE? …Hoe kan een mens ooit, ooit verder leven als dit je overkomt. Hoe doe je dat? Dat hoop ik te vinden in dit boek. Daarom wil ik het lezen.

Zo had ik antwoord op mijn vraag. Ik heb het boek gelezen. Het is uit. Ik zal niet de enige zijn die af en toe hardop heeft gehuild bij sommige passages. Ik heb genoten van de pure manier van schrijven….authentiek vooral. Schrijven zoals je bent. Als je niemand nadoet en je kunt steeds je eigen bron opzoeken en daaruit putten, dan kan je schrijven.

Ik moet ongeveer op de helft van het boek zijn geweest, toen ik ‘’s nachts wakker een droom had. Over mijn zoon, nu 27, een avonturier die in Australië woont. In mijn droom was hij dood. Dood door eigen schuld. Hij had iets (?) op zijn geweten, niet oke. Ik kreeg daar een enorm machteloos gevoel van. Hij lag onder een oranje zeil, zo een van de bouwmarkt, wat ik moest optillen om hem te kunnen zien. Het was zo…echt….. zo onvoorstelbaar echt… Nog nooit ben ik zo wakker geworden. Ik heb minutenlang door mijn bed gekropen en maakte geluiden die ik zelf nog nooit gehoord had. Ik heb het boek dus weken niet aangeraakt. Uiteindelijk heb ik het weer opgepakt en het is nu uit.
Streepjes gezet bij zinnen die me extra raakten. Zinnen die ik nog vaak eens over lees, zinnen die zo “waar” en raak zijn.

*Ik voel de druk van het vaderschap als nooit tevoren*
*De volgende ochtend is de ergste van mijn leven*
*Ik neem steeds zijn kleren in mijn handen en ruik eraan*
*Ik leef nog omdat ik niemand wilde kwetsen*
*Het bijna gelukkig maakt me ongelukkig*
*Het was mijn jongere uitgave, en daarom had ik ook altijd begrip voor zijn manier van leven….hij was een roekeloze losbol, maar wel een topper.*
*Het gedicht: Mijn dode zoon*
*Als ik hem heb begraven, stort ik me hier naar beneden*

Ergens in het boek als je het over je eigen leven hebt, dacht ik: Het is zo duidelijk dat die jongen op zijn vader leek. Jij hebt niet gefaald, lieve Willem, je hebt zelfs niet kunnen falen. Genen, daar heb je geen invloed op Opvoeding is een overschat ding, zoveel invloed heeft dat niet, je bent wie je bent. En je bent ook je vader en je moeder. Je bent gemaakt van elkaar. Wij als ouders, zijn ook onze kinderen. Letterlijk je eigen vlees en bloed. Boos zijn op je kind is boos op jezelf. Teleurgesteld zijn in je kind is teleurgesteld in je zelf. Houden van je kind is houden van jezelf,….. Als je kind er niet meer is, dan ben je er zelf ook niet meer helemaal, denk ik. Dan ben je verwond, aangeschoten. Kapot. Ook een beetje dood.
Hoe deed je het? Ik denk, je bent zwaar gewond door gestrompeld, af en toe voor dood blijven liggen tot iemand je opraapte of tot je weer een centimeter kon kruipen. Je hebt het er volledig laten zijn, soms in het volle licht en je hebt het ook soms voor jezelf gehouden. Maar je hebt wel de keus kunnen behouden. Je hebt het niet weggedrongen (zo knap). Jij hebt zelf de sleutel van je zwarte deuren, dat heb je goed gedaan.
Lieve Willem, ik heb je voor t eerst gezien na Kim’s dood. In een setting van mijn zieke moeder in haar laatste vakantie, op Curaçao… Elke seconde dat ik je zag heb ik eraan gedacht, dat jij je zoon bent verloren.

Dank je wel voor het schrijven van dit boek.

Veel liefs Monique
P.S. Het leven is geen hel.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *